Casuïstiek (motivatieonderzoek)

Pieter

Pieter is leerkracht op een middelbare school. Zijn favoriete vak is Frans. Hij geeft dit vak al jaren en alle leerlingen weten dat wanneer ze bij Pieter in de klas komen, ze veel van henzelf moeten laten zien maar dat ze er ook veel voor terug krijgen.

Pieter wilde altijd al leraar worden. Zijn hart en ziel liggen bij de kinderen en alhoewel hij zelf geen kinderen heeft, zou hij niet makkelijk zonder ze kunnen. Pieter ligt niet alleen goed bij de kinderen. Ook ouders hebben regelmatig melding gemaakt van het feit dat Pieter hen zo goed begrijpt. Hij is toegankelijk en alhoewel normatief in zijn oordelen, voldoende in staat om zijn eigen norm bij te stellen als daarvoor argumenten zijn. Hij luistert goed naar de ander, toont begrip en begrijpt goed waar de ander het over heeft. Met zijn leerlingen haalt hij goede resultaten, niet in de laatste plaats omdat hij ze weet te motiveren.

Op school vindt er een reorganisatie plaats en ook de rector is het opgevallen dat Pieter een goed draagvlak heeft. Bij leerlingen, ouders en bij leerkrachten. Met name de laatste vinden dat Pieter hen goed begeleid. De rector besluit Pieter te vragen voor één van de 6 teamleiders die op korte termijn aangesteld zullen gaan worden. Pieter vraagt om bedenktijd, hij heeft immers nog nooit een coördinerende rol gehad. Als de rector aangeeft dat hij nog een development center zal krijgen en daarna past hoeft te beslissen, stemt hij toe. 

De resultaten zijn voor Pieter verbluffend. Hij kan goed leiding geven, luistert goed en hij zou dus een goed teamleider kunnen worden. Hij gaat aan de slag en bemerkt tot zijn eigen ontevredenheid dat er intern iets knaagt. Iets gaat niet goed, terwijl iedereen zo tevreden is over het werk dat hij aflevert. Hij vraagt om een coach, krijgt die toegewezen en legt zijn gevoel van onbehagen op tafel.

De coach besluit een motivatieonderzoek te doen bij Pieter. Hij gaat in de loop der tijd gevoelens verbinden aan de zin:” Ik, Pieter, wil in mei 2005 antwoord op de vraag of de functie van teamleider op …. college mij voldoende arbeidssatisfactie geeft om mijn leraarschap ervoor op te geven”. Elke drie weken komt er een ingevulde lijst binnen bij de coach. Samen met Pieter worden de verschillende zinnen (die nog zijn aangevuld met andere relevante gebeurtenissen) bekeken en worden de thema’s die voor Pieter van belang zijn naar voren gehaald.

Thema’s als: verwondering, bewondering, reflectie, afspraak, normatief, verandering komen uit het onderzoek naar voren. Voor Pieter valt alles op zijn plaats. De bewondering die hij heeft voor kinderen en de verwondering over hun leervermogen krijgen te weinig ruimte. Ook na te kunnen/willen denken over hoe een leerling te begeleiden en daar tijd voor hebben ontbreekt in de functie die hij nu heeft. Zijn instelling van normatief denken maakt ook dat hij tijd voor reflectie nodig heeft: die krijgt hij nu te weinig. Verder betekent afspraak = afspraak echt iets voor hem. Hij loopt nu te vaak aan tegen het feit dat anderen wel afspraken met hem maken maar zich daar makkelijk van af laten brengen. Tenslotte komt Pieter erachter dat hij wel van veranderingen houdt maar niet in het tempo waarin dat nu van hem wordt verwacht.

Pieter weet wat hij moet doen. Vragen aan de rector hem uit de functie te halen. Een halfjaar later: een blije Pieter die weer helemaal in zijn element is omdat er tijd is voor bewondering, verwondering en reflectie.