Het Ego: Een Noodzakelijk Kompas of een Beperkende Filter?
Vandaag gaf iemand in een coachingsgesprek het volgende aan: ‘dat streelt natuurlijk wel mijn ego. Dat ik goedkeuring krijg en dan kan bepalen wat ik doe’. In deze zin zie je precies hoe ego werkt. Ego heeft behoefte aan goedkeuring, waardering en erkenning.
Het ego – van Freud tot nu[1]
Freud beschreef het ego als het deel van onze persoonlijkheid dat bemiddelt tussen wat we verlangen, wat we van onszelf moeten en wat de realiteit toelaat[2]. In de moderne psychologie zien we het ego minder als een vaste structuur en meer als een flexibel systeem dat ons helpt functioneren: het bepaalt hoe we onszelf zien, hoe we situaties interpreteren en hoe we onszelf beschermen wanneer we spanning, kritiek of onzekerheid ervaren. Het ego is daarmee geen ‘fout’ onderdeel van ons, maar eerder ons innerlijke regelcentrum én persoonlijke filter: noodzakelijk om richting te geven, maar kan beperkend zijn wanneer het in de beschermingsmodus schiet. Dat gebeurt in een split second als onze behoeften in gevaar komen.
Positief aan ons ego: Iedereen heeft een ego. Het is het deel van ons dat ons helpt om richting te kiezen, grenzen te voelen en een plaats te vinden in de wereld. In die zin is het ego volkomen gezond en noodzakelijk: het zorgt ervoor dat we onszelf onderscheiden van anderen, weten wat we willen en voor onze belangen kunnen opkomen.
Keerzijde van ons ego: Maar het ego heeft ook een andere kant. Het is van nature gericht op bescherming. Het wil zekerheid, voorspelbaarheid en bevestiging. Wanneer het ego de regie overneemt, gaat het minder om contact en meer om controle. Minder om begrijpen en meer om gelijk krijgen. Minder om waarnemen en meer om interpreteren.
In de praktijk betekent dit dat het ego moeite heeft met onzekerheid, verandering, kritiek, grenzen of afhankelijkheid. Het vult gaten in de waarneming razendsnel in, want ‘niet weten’ voelt bedreigend. Het ego verklaart liever iets dan dat het iets openlaat ‘dat is toch logisch’. Liever een oordeel dan een vraag; liever controle dan kwetsbaarheid. Ons ego heeft behoefte aan zekerheid, structuur, overzicht, invloed maar bovenal veiligheid. Als ons ego te hard werkt om deze behoeften te verwezenlijken, loopt het ego het gevaar van een gekleurde persistente waarneming dat vraagt om bewustzijn en perspectiefwisseling. Dan ontstaat er ruimte om vanuit de ander te kijken en anders te reageren, meer te begrijpen vanuit verbinding en niet vanuit mogelijk gevaar/verdediging.
Dat brengt mij bij de volgende laag: egoïstisch gedrag na beantwoording van de vraag:
Wat probeert mijn ego op dit moment voor mij veilig te stellen?
Egoïstisch gedrag: Wanneer het eigen belang de boventoon krijgt: het excuus
Egoïstisch gedrag ontstaat wanneer het eigen belang zwaarder weegt dan het belang van de ander. Niet omdat iemand slecht is of bewust schade wil aanrichten, maar omdat de eigen onbewuste behoefte of het eigen verlangen op dat moment centraal staat. Het ego is dan niet langer een kompas, maar een stuurinstrument dat richting geeft vanuit bescherming en gewoonte. Iedereen vertoont wel eens egoïstisch gedrag. Het is menselijk en vaak een reactie op vermoeidheid, stress, onzekerheid, een gevoel van tekort, iets dat om aandacht vraagt. Op dit soort momenten kan egoïstisch gedrag juist gedrag zijn. Als deze reacties echter te vaak als uiting worden genoemd is het een excuus. Het ingewikkelde is dat de drager van egoïstisch gedrag zich vaak niet bewust is welk effect dit heeft op anderen.
Egoïstisch gedrag herken je aan uitspraken of gedachten als:
- “Ik voel dat zo, dus dan klopt dat”
- “Het is toch logisch dat de ander zo reageert.”
- “Ik heb er geen zin in om rekening te houden met…”
- “Ik doe gewoon waar ik behoefte aan heb.”
- “waarom doe je zo moeilijk”?
Er zit vaak een logica onder: de behoefte en het absolute recht om het voor het zeggen te hebben en om te kunnen kiezen.
Maar de valkuil is dat het egoïstisch gedrag: verbinding vermindert, verwachtingen scheeftrekt, discussies polariseert, en soms meer schade veroorzaakt dan de persoon zelf doorheeft.
Positief egoïstisch gedrag: grenzen te stellen, jezelf te beschermen, of ruimte terug te nemen die je te lang hebt weggegeven.
Het verschil tussen gezond eigenbelang en egoïsme zit in één hele belangrijke vraag:
Kun je jouw behoefte uitspreken zonder de behoefte van de ander te ontkennen?
Egocentrisme: Wanneer het eigen perspectief de werkelijkheid wordt[3]
Egocentrisme gaat een stap verder dan egoïstisch gedrag. Waar egoïsme vooral draait om het eigen belang, draait egocentrisme om het eigen perspectief en is geen algemeen belang meer zichtbaar. De wereld wordt bekeken, geïnterpreteerd en beoordeeld vanuit één gezichtspunt: dat van de persoon zelf. Een egocentrische persoon ziet de ander wel, maar begrijpt hem minder goed. Niet uit onwil, maar omdat het eigen referentiekader zo sterk aanwezig is dat alternatieve perspectieven bijna ondenkbaar zijn. De ander krijgt als het ware minder kleur, minder diepte.
Egocentrisme herken je aan zinnen of gedachten als:
- “Ik snap niet waarom jij dat zo ziet.”
- “Maar het is toch logisch…?”
- “Ik zou dat nooit zo doen, dus waarom jij wel?”
- “Ik begrijp je wel, maar het slaat gewoon nergens op.”
Hierbij gaat het niet om kwaadaardigheid, maar om beperkt zicht. Het ego vult de interpretatie zó snel in dat er weinig ruimte overblijft voor nuance of nieuwsgierigheid. De gevolgen kunnen merkbaar zijn in relaties en samenwerking:
- Men voelt zich minder gehoord.
- Discussies gaan langs elkaar heen.
- Er ontstaat onbegrip of afstand.
- De ander voelt zich soms zelfs ‘weggegumd’.
Toch is egocentrisme ook menselijk. Bij stress, tijdsdruk of emotionele belasting vernauwen bijna alle mensen hun perspectief. We vallen terug op automatische patronen, en het eigen referentiekader wordt dan de standaard. De kern van egocentrisme is dit: Het ego beschouwt de eigen waarneming als dé werkelijkheid, in plaats van als één van de mogelijke werkelijkheden. Het vraagt dus niet om veroordeling, maar om bewustwording.
Wanneer iemand zich realiseert dat zijn werkelijkheid niet de werkelijkheid is, komt er ruimte voor dialoog, empathie en perspectiefwisseling. Maar wat als die ruimte structureel ontbreekt?
Wat als de behoefte aan bewondering, controle of bevestiging de waarneming volledig kleurt?
Welke betekenis geef ík aan deze situatie, en welke betekenis zou de ander eraan kunnen geven?
Artiestengedrag – narcistisch gedrag: Wanneer bevestiging een voorwaarde wordt
Narcistisch handelen, in mijn boek ‘Mijn Dikke-ik’ benoem ik dit als Artiestengedrag[4], gaat verder dan egoïsme en egocentrisme[5]. Waar egoïstisch gedrag draait om het eigen belang, en egocentrisme om het eigen perspectief, draait narcistisch handelen om een diepere afhankelijkheid: de behoefte aan bewondering, bevestiging en controle om het zelfbeeld overeind te houden. Niet het eigen belang staat centraal, maar het behoud van een innerlijke balans die kwetsbaar is en constante voeding vraagt.
Artiestengedrag uit zich door situaties zo te draaien dat bij kritiek deze altijd over de ander gaat en nooit over de persoon. De ander krijgt onderhuids de schuld aangespeeld. De Artiest kent twee werelden (blz. 56): een binnenwereld met intimi waar ze hun ongenoegen vrijelijk tonen; een buitenwereld die gekleurd wordt met dienstbaarheid, charme en zeer voorkomend. Effect op de ander is vaak ‘ik lijk wel gek’ of ‘ik doe het altijd fout’ of ‘het is weer mijn schuld, ik stel niks voor’. Bijzonder is dat de Artiest snel zal zeggen: ‘Krijg ik nu de schuld’? als de ander een weerwoord geeft.
Narcistisch handelen herken je aan:
- Behoefte aan bewondering of erkenning: “Zie je wel hoe goed ik ben?”
- Overgevoeligheid voor kritiek: Kritiek wordt ervaren als aanval of afwijzing.
- Gebrek aan wederkerigheid: Relaties worden eenrichtingsverkeer.
- Manipulatieve of sturende dynamieken: subtiele schuldinductie.
- Focus op status, positie of voordeel: Waardering wordt ingezet als houvast.
De kern is dat het ego hier niet alleen de waarneming kleurt, maar de realiteit vormgeeft op een manier (aannames, oordelen, feiten) die het zelf beschermt. De ander wordt dan geen gelijkwaardige aanwezigheid meer, maar een functie: bevestiger, bewonderaar, tegenstander of bedreiging. Dan zit de een bovenop de wip en de ander beneden.
De gevolgen voor relaties zijn vaak groot:
- De ander voelt zich uitgeput, onzichtbaar of gebruikt.
- Er is geen ruimte voor kwetsbaarheid of echte dialoog.
- Twijfel, verwarring en zelfbeschuldiging kunnen toenemen.
- De relatie kantelt: de een geeft, de ander neemt.
Maar net als bij de eerdere lagen is ook narcistisch handelen in de basis een beschermingsmechanisme. Het is een manier om iets binnenin niet te hoeven voelen: leegte, angst, minderwaardigheid of afhankelijkheid.
Wanneer we ego, egoïsme, egocentrisme en narcisme naast elkaar leggen, zien we geen harde grenzen, maar een glijdende schaal. Hoe meer het ego in de overlevingsstand schiet, hoe kleiner de ruimte wordt voor wederkerigheid, empathie en echte waarneming.
En precies daar ligt de uitnodiging voor reflectie:
Hoe blijven we waarnemen, ook wanneer ons ego, ons perspectief of ons verlangen naar bevestiging ertussen komt te staan?
Schema: Van ego tot narcistisch handelen
| Thema | Kern | Wat staat centraal? | Hoe ziet het eruit in gedrag? | Effect op relaties |
| Ego | Gezond zelfbesef | Zelfkennis, richting, grenzen | Assertief zijn, behoeften uitspreken, keuzes durven maken | Verbinding blijft mogelijk; ruimte voor dialoog |
| Egoïstisch gedrag | Het eigen belang voorop | Beschermen van tijd, energie of behoefte | Rekening houden met jezelf, soms ten koste van de ander | Soms spanning; maar meestal herstelbaar met gesprek |
| Egocentrisme | Het eigen perspectief als norm | Eigen overtuiging, eigen kijk op de werkelijkheid | Moeite met andere perspectieven, snel oordeel, weinig nuance | De ander voelt zich minder gehoord of gezien |
| Artiesten gedrag | Afhankelijk van bevestiging en controle | Zelfbeeld beschermen, bewondering krijgen, kritiek vermijden | Manipulatie, verlangen naar bewondering, overgevoelig voor kritiek | Relatie-uitputting, scheve dynamiek, weinig wederkerigheid |
[1] Klinische Psychologie, Wolters Noordhoff
[2] Rycroft, C., A critical Dictionay of Psychoanalysis.
[3] Klinische Psychologie, Wolters Noordhoff
[4] Erica Gasseling. (2014) Mijn Dikke-Ik. Quist
[5] NRC 11 december 2025: Betweters zijn van alle tijden.