Reflectie met Peter Pannekoek

Wat mij bijbleef uit de conference van Peter Pannekoek, was zijn scherpe reflectie op hoe zijn naam al bij een eerste kennismaking werkt. Hoe zou het zijn als de ander zich voorstelt met de naam “Doortje Poffertje”? In feite zit in die naamgeving al een mooi voorbeeld van waarden, overtuigingen en de ‘ik-vind-dat-cultuur’ die in beton is gegoten. We lachen allemaal om de toon en de manier waarop hij dit zegt, omdat het klopt. Onder ons zullen er ook een aantal zijn die denken: ‘Ik heet ……. en daar zou ik ook wel eens iets aan kunnen doen.’ Het gaat mij in deze reactie om de woorden waar het bij Pannekoek om gaat: ‘de bereidheid om eerlijk naar jezelf te kijken, want wat je ziet in de spiegel is mogelijk minder fraai dan het beeld dat je van jezelf hebt’. In de spiegel kijken kan confronterend zijn. Vaak erkennen we niet wat we zien, maar proberen we het beeld te vervormen tot wat we graag zouden willen zien. Wat we doen, is schilderen, verven en boetseren met argumenten, oordelen en sturing, totdat we de ander laten voldoen aan het beeld dat wij van hem of haar hebben.

De echte vraag bij alle commentaren die in de krant staan over de oudejaarsconference is:

  • wat maakt dat je je stoort aan deze conference, wat had je nodig, wat had je verwacht: amusement en humor vanuit de welgevormde, met aandacht aangeklede woonkamer, waar alleen de gallende lach niet aanwezig kwam
  • Wat maakt dat je het antwoord op die vraag niet wilt geven, en waarom neem je dat de ander kwalijk? Wat je van de ander vraagt: is dat werkelijk nodig, of is het iets wat jij vindt, en waarmee je de ander beoordeelt op je eigen comfort?

Daar gaat mijn reactie op de conferentie over:

Gedrag: het oordeel dat we hebben over de ander, staat nooit op zichzelf.

Zelden staat gedrag op zichzelf: wat we doen is bijna altijd een uiting van onze eigen onbewuste emotionele behoefte. Die behoefte is 100% legitiem, maar wanneer we haar niet herkennen, kan dat gedrag een eigen leven gaan leiden, met irritatie die we spuien naar anderen. Onder elk gedrag werkt een subtiele cyclus van verlangen, hoop, verwachting en illusie. We verlangen iets, koesteren hoop, maken daar, vaak ongemerkt, een verwachting van en houden soms vast aan een illusie die niet meer strookt met de werkelijkheid, die we zo graag als spiegel van ons brein willen zien. Onze drijfveren behoren ons voor 100% toe. In projectie maken we er echter een opdracht van voor de ander, alsof zij verantwoordelijk zijn voor wat in ons leeft. Bewustwording van deze cyclus helpt om verantwoordelijkheid terug te leggen waar die hoort: bij onszelf. Daar is het waar Peter Pannekoek het over heeft. Hij is niet op tv voor ons vermaak, onze verwachtingen. Kortom, ontken je eigen behoeften niet, maar erken ze, geef er taal aan en koppel het los van de onbewuste claim op de ander. Misschien is dat de kern van volwassen contact: begrip zonder claim, nabijheid zonder verplichting, en minder ego nodig om een standpunt in te nemen.