Van goud naar platinum: Van leuk gevonden worden naar echt contact maken.
De Gouden regel: “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.”
De Platinum regel: “Behandel anderen zoals zij dat graag willen.”
In deel 1 van deze Nieuwsbrief sprak ik over de spiegel en perceptie. Over hoe we denken dat we naar anderen kijken, terwijl we stiekem ook naar onszelf kijken. Hoe we het gedrag van anderen beoordelen zegt vaak meer over onze eigen verwachtingen dan over die anderen. Als iemand dominant, afstandelijk of egoïstisch overkomt, zegt dat ook iets over jou. Het zegt vaak iets over onze ideeën over hoe mensen zich zouden moeten gedragen. Van leuk gevonden worden naar echt contact maken.
De Gouden regel: “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.”
Als vervolg wil ik kijken naar een ander gedrag van mensen. Niet naar onze mening over anderen, maar naar wat we voor anderen doen. Want daar hangt ook een spiegel. De Gouden Regel die velen van ons hebben geleerd is dat het leven simpel kan zijn: “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.” Een mooie gedachte. Wie respect wil, behandelt anderen met respect. Wie het belangrijk vindt om vriendelijk te zijn, doet zijn best om anderen vriendelijk te handelen. Wie hulp fijn vindt, helpt anderen. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik zie dat deze regel niet altijd klopt. Niet omdat de intentie slecht is. Maar omdat mensen anders zijn. Wat voor mij fijn is, hoeft voor de ander niet fijn te zijn. Wat de ander nodig heeft, is niet altijd wat jij nodig hebt. Dit wordt duidelijk in de oude fabel van de vos en de ooievaar.
De vos en de ooievaar
De vos en de ooievaar zijn twee dieren die samen aan tafel zitten. De vos nodigt de ooievaar uit voor een maaltijd, maar serveert het eten op een platte schotel. De ooievaar kan het voedsel niet goed eten met zijn lange snavel. Daarna nodigt de ooievaar de vos uit. Deze keer serveert de ooievaar het eten in een kruik. De vos kan er niet bij en blijft hongerig. Zo blijkt dat de twee dieren allemaal hun eigen manier hebben om te eten, maar ze leren niet dat je rekening moet houden met anderen. Ze gaan met anderen om zoals ze zelf behandeld willen worden. En daardoor begrijpen ze de ander helemaal niet.
De Platinum regel: “Behandel anderen zoals zij dat graag willen.”
Daarom werd er later een nieuw idee gepresenteerd: “Behandel anderen zoals zij dat graag willen.” Dat klinkt direct slimmer. Denk minder aan jezelf. Kijk meer vanuit de ander. Maar terwijl ik daarover nadacht, vroeg ik me af of deze regel ook een gevaarlijke val is. Maar hoe kan ik weten hoe jij wilt dat ik je behandel? Wat gebeurt er als ik steeds probeer te begrijpen wat de ander nodig heeft? Dan kan er iets bijzonders gebeuren. Dan verschuif ik van mijn eigen behoeften naar de behoeften van de ander: maar ik ben nog steeds bezig om mezelf aan te passen aan een gepercipieerde verwachting. Het is nu niet langer wat ik verwacht, maar wat ik denk dat de ander verwacht. Dit wijst op een herkenbaar patroon wat door velen als please gedrag wordt beschouwd.
Wanneer ‘geven’ eigenlijk ‘nemen’ wordt en egoïsme is.
Pleasen wordt vaak beschouwd als het tegenovergestelde van egoïsme. De pleaser draagt bij. De pleaser biedt hulp. De pleaser is er altijd voor anderen. De pleaser geeft zichzelf op. Dat klinkt helemaal niet egoïstisch. Toch zit hier een ongemakkelijke waarheid verborgen.
- Wat gebeurt er als iemand me vraagt iets te doen en ik zeg ‘ja’, terwijl ik eigenlijk ‘nee’ voel?
- Voor wie doe ik dat eigenlijk?
- Doe ik dat echt voor een ander?
- Of doe ik dat omdat ik de vermeende spanning van een ‘nee’ niet wil ervaren?
- Omdat ik bang ben dat iemand zich gekwetst voelt?
- Omdat ik ruzie wil voorkomen?
- Omdat ik moeite heb met afwijzing en behoefte heb aan erkenning, waardering?
- Omdat ik het fijn vind om leuk, aardig gevonden te worden?
- Omdat ik het moeilijk vind om afgewezen te worden?
‘Ja-zeggen’en ‘nee willen’.
Op dat moment lijkt het alsof mijn focus helemaal op de ander is gericht. Maar in werkelijkheid ben ik ook bezig met mijn eigen ontwikkeling; met mijn bangheid; met mijn ongemak; met mijn verlangen naar erkenning. Dat maakt pleasen niet verkeerd. Maar het maakt het wel minder aardig dan het lijkt. Misschien is dat wat mensen bedoelen als ze zeggen dat pleasen egoïstisch kan zijn. Niet omdat de pleaser slecht of manipulatief is. Maar omdat de ander soms onbewust wordt gebruikt om een (schuld)gevoel in jezelf te vermijden. Je doet het niet alleen om een ander te helpen. Soms stel je jezelf ook gerust. Dat is geen aanklacht. Dat is een oproep tot nadenken over jezelf.
De spiegel van de gever
In deel 1 van deze Nieuwsbrief schreef ik dat een oordeel vaak meer vertelt over de beoordelaar dan over degene die beoordeeld wordt. Misschien is dit ook van toepassing op geven. Misschien zegt geven soms meer over de persoon die geeft dan over de persoon die ontvangt. Niet alle manieren van helpen zijn gebaseerd op vrijheid. Soms helpt iemand uit angst. Niet elke vorm van zorg komt voort uit liefde. Soms komt zorg voort uit de wens om belangrijk te zijn. Niet elke ‘ja’ komt uit overtuiging. Soms zeg je ‘ja’ om een ‘nee’ te voorkomen. De vraag is dus niet alleen: “Wat heeft de andere persoon nodig?” Maar ook: “Wat gebeurt er in mij terwijl ik iets geef?”
Ontmoeting zit in bewustzijn
Misschien zit daar wel de beperking van zowel de Gouden als de Platinum Regel. Beide regels focussen op gedrag. Maar echte ontmoeting start niet met gedrag. Een echte ontmoeting begint met bewustzijn. Niet “Hoe moet ik de andere persoon behandelen?” Maar: “Waarom doe ik wat ik doe?” Geef ik omdat ik echt iets wil helpen? Of geef ik omdat ik bang ben voor wat er zal gebeuren als ik het niet doe? Luister ik omdat de ander graag gehoord wil worden? Of omdat ik graag aardig gevonden wil worden? Help ik omdat de ander daarom vraagt? Of omdat ik moeite heb met machteloosheid? Dat zijn spiegelvragen. En zoals iedere spiegel zijn ze soms confronterend.
De ruimte tussen gesprekspartners: oprechtheid in het geven
Misschien begint echte verbinding niet bij geven. En ook niet bij veranderen. Misschien begint echte verbinding met het durven aanwezig zijn. Bij jezelf en bij een ander. Zonder jezelf te verwaarlozen. Zonder de ander te willen helpen of te veranderen. Zonder steeds op zoek te zijn naar de juiste rol. Zodra ik mezelf opoffer voor wat de ander nodig heeft, ben ik niet meer in de relatie. En als ik alleen kijk naar wat ik nodig heb, is de ander niet meer belangrijk in de relatie.
Tussen de twee extremen is er een ruimte. De ruimte waar iemand zichzelf kan zijn en ook nieuwsgierig naar de ander kan zijn. De plek waar iemand ‘ja’ kan zeggen als ik dat echt wil. En iemand ‘nee’ kan zeggen als iemand ‘nee’ bedoelt. Niet vanuit afstandelijkheid. Maar vanuit oprechtheid. Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van de spiegel tussen personen. Niet leren te geven, niet aanpassen, maar kijken wat er mogelijk is terwijl je geeft. Pas als dat gezien wordt door gesprekspartners, is er een echte ontmoeting en dragen beide een gelijkwaardige verantwoordelijkheid.
Nieuwsgierig naar Deel 3 Van verantwoordelijkheid naar een gevoel van schuld. Klik hierDeel 3 De spiegel tussen ons – GAC Coaching